We moeten passie voor de medemens behouden

18 april 2018
Mijn Eindhoven

We moeten passie voor de medemens behouden

Het thema ‘Over grenzen heen’ is voor Pim Dijkstra hoogst actueel. Kwetsbare burgers uit regiogemeenten worden de laatste jaren niet meer vanzelfsprekend ge(her)huisvest in de ‘grote stad’, maar keren vanuit een opvangsituatie vaker terug naar hun eigen omgeving. Dijkstra: “Dat is voor ons een hele spannende operatie, maar voor de gemeenten ook.”

Woonbedrijf in gesprek met bestuurder Pim Dijkstra van Neos, de regionale organisatie voor maatschappelijke opvang, beschermd wonen en aanpak van huiselijk geweld. “Ons werk draait om betrokkenheid.”

Kleinere regiogemeenten hadden vroeger vaak geen faciliteiten voor opvang en begeleiding. Voordat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in 2015 de verantwoordelijkheid bij de gemeenten legde, hoefden ze dat ook niet. Dijkstra: “Nu kan bijvoorbeeld iemand uit Eersel die in Eindhoven in de tijdelijke opvang zit, uiteindelijk huisvesting en begeleiding krijgen in zijn eigen dorp. Dat is voor de regiogemeenten relatief nieuw, en zeker niet vrijblijvend. Het gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot, maar het is de opdracht waar we voor staan en we komen er wel uit. Want het gaat er uiteindelijk niet om of de gemeente Eindhoven wel of niet betaalt. Het gaat er om dat een kwetsbare burger misschien beter af is op de plek  waar hij vandaan komt. Al zal dat niet voor iedereen gelden.”

“Het gaat erom dat een kwetsbare burger misschien beter af is op de plek waar hij vandaan komt”

Kerntaak
De Nieuwe Eindhovense Opvang Stichting (Neos) zorgt in Eindhoven voor opvang van dak- en thuislozen, woonbegeleiding, beschermd wonen, crisisopvang en opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld. “Opvang is onze kerntaak”, zegt Dijkstra. ”En vroeger bleven mensen daar soms jarenlang in hangen - denk maar aan het beeld van de ‘Labrehuismannetjes’. Het was allemaal goed bedoeld, maar het is niet meer van deze tijd.”

Huisvesting is essentieel
“Er zit ook een ander soort mensen in de opvang, met complexere problemen. We willen dat zij zo snel mogelijk de weg terugvinden naar de maatschappij; een goede samenwerking met woningcorporaties is ons dus veel waard. Huisvesting is essentieel. We hebben de corporaties nodig om mensen een huis en nieuwe kansen te geven. Op hun beurt moeten de corporaties er op kunnen rekenen dat Neos klaar staat als het eens niet goed gaat. Het moet een natuurlijk bondgenootschap zijn, waarin ook het belang van een wijk telt. Ik ben er een beetje trots op dat we dat in Eindhoven goed hebben kunnen organiseren.”

Aansluiten
Woonbedrijf is voor Neos al jarenlang een betrouwbare partner, zegt Dijkstra. “In hun DNA zit het besef dat je in buurten moet investeren, dat het niet alléén gaat om een bankje of een speelplek. Ze weten bij Woonbedrijf heel goed wat er in de stadsdelen speelt en ze besteden veel aandacht aan duurzaamheid en leefbaarheid. Daar mogen wij bij aansluiten. En ik vind het fantastisch wat Woonbedrijf aan sociale innovatie doet.”

Bij de les blijven
Op zijn werkkamer staat een klein beeldje van Benoït Labre, de naamgever van het Labrehuis die eind achttiende eeuw een leven leidde van armoede en ontbering. Dijkstra pakt het op en zet het voor zich. “Kijk. Dit is de schutspatroon van de zwervers en ontheemden, bij deze man liggen onze wortels. Er is een rechte lijn tussen de Paters Augustijnen die in 1946 in Eindhoven het Labrehuis oprichtten en het Neos van nu. Het gaat om betrokkenheid, om passie voor de medemens. Onze medewerkers werken dag in dag uit met dak- en thuislozen, maar ze worden soms stapelgek van de bureaucratie, van de formulieren en de beschikkingen. Wij willen ons niet laten domineren door regelgeving en euro’s. We moeten ons vak kunnen uitoefenen, het moet om de inhoud gaan. Benoït Labre helpt ons om bij de les te blijven.”   

Pim Dijkstra is geboren in Eindhoven en verhuisde als Philipskind talloze malen, ook nog even naar België. Omdat de reistijd tussen een dorp in West-Vlaanderen naar een middelbare school in Bergen op Zoom onoverbrugbaar bleek, zat hij op zijn zeventiende al op kamers. "Ik ben eigenlijk een beetje vanzelf dit werk ingerold en daarna de benodigde opleidingen gaan doen. In 1981 kwam ik met mijn vrouw naar Eindhoven vanwege een nieuwe baan.  Op dat moment was mijn geboorteplaats bij mij volledig uit beeld”.

Hij is nooit verliefd geworden op Eindhoven. "Het is een functionele stad,  een stad die voor mij niet echt een ziel heeft. Al die aan elkaar gebreide dorpen - als je daar de weg weet -, en je kan de verbinding met het centrum leggen, dan kom je een heel eind en dan zie je ook wel de samenhang. Maar jarenlang vond ik er in het centrum echt helemaal niets aan en de binnenstad heeft nog steeds niet veel sfeer. Ik zie wel een heleboel gezellige, warme plekken in de stad, maar je moet ze weten te vinden. En het is natuurlijk prachtig om de ontwikkelingen te volgen op het gebied van design, technologie en innovatie”.

Maar toch. "Het gaat hier fantastisch en daar wordt veel bombarie over gemaakt. Maar er is ook een andere kant. Er komen in deze stad mensen onder het vangnet terecht, mensen die het echt allemaal niet kunnen bijbenen. Eindhoven heeft twee snelheden, en daar is te weinig oog voor. Soms zó weinig, dat ik het stuitend vind.  Een man als Benoït Labre had die aandacht wel. Maar dat soort mensen, met een roeping en een missie, is er niet meer”.  

Favoriete plek in Eindhoven

“Het Labrehuis aan de Boutenslaan. Het wordt eind dit jaar gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats, met afzonderlijke appartementen en studio’s waar bewoners zelfstandiger zijn en zich beter kunnen voorbereiden op terugkeer naar de maatschappij. Het is een heel mooi plekje. Er zit voor mij een historische verbinding tussen het Neos van nu en de situatie van net na de Tweede Wereldoorlog, toen mensen terugkeerden zonder dak boven hun hoofd en zonder een rooie cent. Eindhovense fabrikanten hebben daar met de paters Augustijnen toen de stichting Thomas van Villanova voor opgericht, die het Labrehuis ging beheren. De inspirator toen, en nu nog steeds, is Benoït Labre. Daar wil ik graag in deze W even bij stilstaan.”

 

Reactie toevoegen