Hier mogen mensen zijn met een afwijkende signatuur

19 juni 2012
Mijn Eindhoven

Hier mogen mensen zijn met een afwijkende signatuur

Marie-Louise Vossen: de Zuid-Limburgse wier hele carrière in het teken van de psychiatrie staat – tegenwoordig in de Raad van Bestuur van GGzE – voelt zich hier thuis, vooral op De Grote Beek: "Eindhoven is een sociale stad. Ook vanuit onze doelgroep bekeken."

Bij toeval kwam ze in de regio terecht: “Mijn partner werkte in Zuid-Limburg, ik in Den Bosch. Wonen werd een arbitraire keuze, het fysieke midden, in Veldhoven. Daar hebben zich nieuwe wortels ontwikkeld. De kinderen via school, ik via het lidmaatschap van de atletiekclub. Die is gezellig, bourgondisch. Ik houd mijn Limburgse roots, spreek nog het dialect, maar ik vind Brabanders gastvrijer en toegankelijker dan Limburgers.”

Spinnenweb
Ook haar werk was voedingsbodem voor het thuis voelen. Marie-Louise volgde op 1 januari 2012 Elisa Carter op in de Raad van Bestuur van Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en De Kempen, kortweg GGzE: “Ik was directeur van de divisie volwassenen- en ouderenpsychiatrie, werk hier al bijna dertien jaar.” Daarvoor verkende ze andere GGz-organisaties: “Zo’n beetje alle GGz’s onder de rivieren.” Het werkgebied fascineert haar nog steeds, vanaf het begin: “Tijdens mijn verpleegkunde-opleiding liep ik stage op een Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis; wat een interessant werkveld! Mensen die normaal in het leven staan en ineens of geleidelijk een psychische kwetsbaarheid ontwikkelen. Het kan je zelf ook overkomen.” Vanuit haar werk ontwikkelde ze affiniteit met de stad: “Je vindt continu andere mensen en organisaties in Eindhoven en De Kempen. Je netwerk reikt steeds verder, wordt een spinnenweb. Eindhoven is een hele sociale stad, ook vanuit onze doelgroep bekeken. Hier mogen mensen zijn met een afwijkende signatuur, die verscheidenheid zie je wat minder in de dorpen. De stad neemt anderstaligen anders op. Al moeten we wel blijven opletten. Mensen trekken vaak naar wijken met vergelijkbare achtergronden.”

Kracht
Steunstructuren zijn belangrijk in haar werk: “De financiële druk wordt steeds groter, maar ‘never waste a good crisis’. Door slimmer en goedkoper te organiseren met partners, creëer je het nieuwe sociale denken. Zo bouw je vanuit kracht in plaats van zorg, ondersteun je informele netwerken en blijf je opkomen voor psychisch kwetsbare burgers in wijken.” Dat gaat de goede kant op: “Ik zie de transitie van economiegedreven naar waardegedreven die Eindhoven momenteel doormaakt. De waarde zit in het unieke design en technologie hier, maar ook in de aandacht van de gemeente voor stakeholders. De grote bedrijven hebben nu een betere balans met zorg, welzijn en sociaal beleid.”

Openheid
GGzE zit dus niet op een eiland, en is ook veel meer dan De Grote Beek: “Vroeger lag het terrein ver buiten de stad, was er geen connectie en vormden we een soort sekte, een commune, tot en met de was en moestuin aan toe. Nu staan we letterlijk en figuurlijk middenin in de stad. We behandelen tegen de 16.000 mensen per jaar, van wie 600 op De Grote Beek. Kortdurend verblijf en behandeling waar het thuis niet kan en langdurig voor mensen die asiel nodig hebben, als bescherming tegen de buitenwereld.” GGzE, dat over zes jaar een eeuw oud is, heeft naast De Grote Beek meer vastgoed, al dan niet in eigen bezit: “Eigendom en gehuurd. We kijken kritisch naar hoe we de vierkante meters optimaal gebruiken. Tegelijk zijn we heel zuinig op De Grote Beek, die willen we niet kwijt. Onze lijn is om de klinische capaciteit af te bouwen, maar het terrein gaat niet in de verkoop. Wel hebben we een jaar of zeven geleden besloten om het terrein te openbaren en te benutten om het imago van de psychiatrie te verbeteren. De hekken zijn weg, scholen komen naar de kinder-boerderij, er zit scouting en een cateringbedrijf huurt het ketelhuis voor feesten. Weliswaar plannen we op het terrein door de crisis geen woningbouw – die overigens ook niet automatisch integratie oplevert - maar er zijn wel andere faciliteiten. Zo laten we zien dat psychiatrie niet eng is, je hoeft het niet te verbergen. We raken steeds meer verweven met de stad en kunnen daardoor veel moois teruggeven.”