Het Eindhoven van Charles Esche

28 september 2010
Mijn Eindhoven

Het Eindhoven van Charles Esche

De Engelse directeur van het Van Abbe Museum noemt zichzelf een ‘21e eeuw-nomade’: “Ik wortel niet”. Toch voelt hij zich thuis in Eindhoven.

Zijn ouders zijn Duits, zijn wieg stond in Engeland: “Als kind al heb ik met mijn familie veel gereisd. Voor mijn werk kwam ik onder meer terecht in Schotland en Scandinavië. Veel men­sen hebben het niet nodig om ergens te wortelen. Ze kiezen bewust voor een stad, hoeven er niet per se geboren te zijn. Dat is juist een uitdaging voor een stad als Eindhoven; waarom wil­len mensen zich hier vestigen? We hebben hier heel wat te bieden; we moeten onze sterkste activiteiten dus koesteren.”

Maaiveld
Hij somt ze op: “Het Van Abbe, PSV, de Design Academy, Philips: allemaal internationaal gewaardeerd, voor een relatief kleine stad grote spelers, beroemd in hun specifieke markt. Je vindt ze niet in andere, vergelijkbare steden in Europa. We mogen er trots op zijn dat deze instituten boven het maaiveld uitsteken.” En dat voor een fabrieksstad: “De kern van Eindhoven is productie. Hier schep­pen we dingen die de hele wereld over gaan. Heel oude wortels zie je bijna nergens, maar je voelt nog steeds – in stenen en sfeer – de aanwezigheid van Philips, de reden waarom Eindhoven überhaupt bestaat. In werkelijkheid is Philips al verdwenen; de veranderingen zijn ontstaan door de mensen hier. De fabriek zit nog in het DNA van de stad, maar is minder zichtbaar. Mensen bepalen de sfeer. Eindhoven is een persoonlijke stad aan het worden. Dat begint met herinneringen.” 

Kansen 
Herinneringen: Esche heeft ze zelf ook. “Het eerste jaar woonde ik in de Schrijversbuurt, nu al enkele jaren in de Kruidenbuurt. Verhuis ik weer, dan wil ik richting Woenselse Markt. Dat is de levendigste buurt, met de aantrekkelijkste markt. Daar zie je overdag tenminste mensen op straat! Bovendien ligt de wijk op prima af­stand van het museum en het station. Ik reis veel, ben de helft van de tijd hier, de andere helft onderweg; met name in Europa en het Midden-Oosten, af en toe in de Verenigde Staten en Azië.”Esche vindt Eindhoven een brede stad: “Eigenlijk zijn we in bepaalde circuits een beetje interessanter dan bijvoor­beeld Amsterdam. Daar heb je kunste­naars die in eigen stad wereldberoemd zijn. Hier kun je experimenteren, in cultuur en als bedrijf. In Amsterdam wordt iets meteen geconsumeerd, een nieuwe hype. In Eindhoven gaat dat duurzamer, is er tijd om iets te ont­wikkelen. Je ziet nieuwe, kleine initiatieven in horeca en kunst. Het voelt alsof in Eindhoven meer moge­lijk is, de sfeer zelf verandert ook; voorheen voelde dat meer gecontro­leerd. Studenten van de Design Academy willen meer dan vroeger hier blijven. En de komst van de High Tech Campus heeft gezorgd voor internatio­na­lisering en meer openheid in relaties.”

Hij verwacht veel van ‘de verborgen stad Strijp-S en -R’: “De kansen liggen er. Belangrijk is dat er genoeg cultuur en ontspanning worden toegevoegd aan het wonen en werken daar. Het is zaak om die elementen te mengen en in een juiste balans te brengen.”  Dat gaat tijd kosten, en het tijdsbeeld zit niet mee: “Ik ben bang dat we de beste economische jaren van de 21e eeuw al hebben gehad. Ik denk dat we ons gevoel van geluk moeten herwaar­deren. Zo’n verandering is nodig op psychologisch niveau, in collectief gedrag. We zijn meer aangewezen op onszelf, op samen­werken, moeten ons­zelf mobiliseren en niet zozeer op geld focussen. Ik zie kansen wanneer we zelf groepen creëren – niet meteen naar de gemeente hollen en in sub­sidies denken. Het Eindhovenaar zijn wordt belangrijker als de nationale identiteit minder cruciaal wordt.”