Herziene Woningwet lost het huisvestings-probleem niet op

08 oktober 2015
W in beweging

Herziene Woningwet lost het huisvestings-probleem niet op

Op 1 juli werd de herziene Woningwet van kracht. De wet is erop gericht dat woningcorporaties zich concentreren op hun kerntaak: zorgen dat mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen wonen, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor de woningcorporaties zijn er nieuwe kaders gesteld voor hun werkgebied, financiën, bestuur en toezicht. Manager Wonen van Woonbedrijf, Paul Tholenaars, licht toe waarom deze wet het huisvestingsprobleem niet gaat oplossen.

 

Worden de klanten van Woonbedrijf beter van deze wet?
Tholenaars: “De herziene Woningwet lijkt bedoeld om het woningcorporatieprobleem op te lossen, niet het huisvestingsprobleem. Onder grote maatschappelijke druk wordt het toezicht op de woningcorporaties verscherpt en de speelruimte verkleind. Dat is prima om toekomstige debacles te voorkomen. Echter, voor huurders die baat hebben bij diensten die de woningcorporaties straks niet meer mogen leveren, is de wet slecht nieuws. De mogelijkheden voor woningcorporaties om extra huurwoningen te bouwen worden niet vergroot en deze wet regelt niet dat andere partijen wél de gevraagde huurwoningen bouwen. Sterker nog, veel woningcorporaties verkopen juist woningen, omdat ze de verhuurderheffing moeten betalen.”

“We gooien ons koersplan niet automatisch overboord”

 

Paul Tholenaars

Volgens minister Blok moeten woningcorporaties zich bij hun kerntaak houden. Het leveren van diensten en het verbeteren van leefbaarheid is niet hun taak.    
Tholenaars: “Er zullen bij woningcorporaties ongetwijfeld activiteiten zijn waarbij je de vraag kunt stellen of ze horen bij hun takenpakket, maar de herziene Woningwet draait de klok wel erg ver terug. Als gevolg van de wet zullen gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten pakken voor de leefbaarheid in buurten. Maar iedereen kent de financiële situatie bij gemeenten nu ze ook (jeugd)zorgtaken op hun bordje hebben. Het is maar helemaal de vraag of gemeenten voldoende middelen hebben.”

In de wet staat verder dat woningcorporaties hun toewijzing meer moeten afstemmen op de inkomensniveaus van de doelgroepen. Hoe precies?         
Tholenaars: “Voortaan moeten we ‘passend toewijzen’ en ervoor zorgen dat minimaal 95% van onze huurders die recht hebben op huurtoeslag bij verhuizing komen te wonen in een woning met een kale huurprijs onder de aftoppingsgrens (€ 576,87 voor één- en tweepersoonshuishoudens en naar € 618,24 voor huishoudens die uit drie of meer mensen bestaat, bedragen gelden voor 2015). Deze ‘passendheidstoets’ moet ertoe leiden dat mensen met een lager inkomen niet in betalingsproblemen komen. Daarbij gaat de regering vrolijk voorbij aan het feit dat deze groep ook op allerlei andere manieren in de financiële problemen kan komen, maar dat terzijde. Het gevolg is dat Woonbedrijf de keuzevrijheid voor huurders moet beperken. Dat druist in tegen onze principes, maar we zijn verplicht om deze wet uit te voeren.”

‘’De wet draait de klok wel erg ver terug”
 

Is het nog wel mogelijk om het koersplan van Woonbedrijf uit te voeren?        
Tholenaars: “Woonbedrijf beschouwt zichzelf als een maatschappelijke onderneming. Ons koersplan is ons ondernemingsplan. De herziene woningwet ziet woningcorporaties niet als ondernemende organisaties die goede dingen doen, maar als taakorganisaties. Dat gaat in de dagelijkse praktijk van Woonbedrijf dus afwegingsvraagstukken opleveren. We worden beperkt, wat overigens niet betekent dat we onze koers zomaar overboord gooien.”

Huurders krijgen meer zeggenschap. Was dit voorheen onvoldoende?
Tholenaars: “Nee, want de stichting Huurdersvertegenwoordiging Woonbedrijf (HVW) had altijd al een stem aan tafel. Een verschil is bijvoorbeeld dat de HVW straks drie in plaats van twee leden mag voordragen voor de Raad van Commissarissen. Of het in de praktijk echt veel betekenis gaat krijgen, moet ik nog zien.”

En wat vinden zij?

Heleen Simons, consulent Oost-Brabant Woonbond

“Leefbaarheid hoort bij de gemeente thuis”

“Woningcorporaties hebben zich door gemeenten laten gebruiken als het gaat om leefbaarheid en leefbaarheidsgelden. Binnen complexen heeft de corporatie inderdaad een taak. Leefbaarheid in de woonomgeving, van lantaarnpalen tot sportvoorziening, hoort bij de gemeente thuis. Een situatie (niet bij Woonbedrijf) waarin de corporatie een speelveld aanlegde, terwijl er in de omgeving voornamelijk koopwoningen staan, is wel extreem maar niet bijzonder. De huurders van die corporatie moeten het wel financieel opbrengen.”

Passendheidstoets goede zaak
“De Woonbond vindt de passendheidstoets juist een goede zaak. Mensen met een lager inkomen mogen in ieder geval niet door een (te) hoge huur in de problemen komen. Er moet voldoende betaalbaar aanbod zijn per inkomenscategorie. De opgave is dan om de goedkope woningen energiezuinig en het onderhoud goed te maken. Woonbedrijf noemt dit ook in haar koersplan. Een koersplan dat wat de Woonbond betreft gewoon uitgevoerd kan worden, al zal het vragen om ‘dwars denken’ en ‘fris kijken’.”

Niet opzij zetten
“Inspraak van huurders was voorheen toch voornamelijk de welwillendheid van de corporatie om te luisteren naar de huurders(organisatie). Huurdersorganisaties zijn nu nadrukkelijk een gelijkwaardige partij geworden bij bijvoorbeeld prestatieafspraken met gemeente en corporatie. Een beetje huurdersorganisatie laat zich niet zomaar opzij zetten. De stichting Huurdersvertegenwoordiging Woonbedrijf zal dit zeker niet laten gebeuren.”

 

Gerard Peeters, voorzitter stichting Huurdersvertegenwoordiging Woonbedrijf (HVW)

“Goede zaak dat rechten huurders verankerd worden”

“Als huurdersvertegenwoordiging vinden wij het een goede zaak dat de rechten van huurders onderkend en verankerd worden. Wij realiseren ons echter ook dat het vrijwilligers zijn die moeten opboksen tegen professionals. Het blijft voor ons een moeilijke zaak om goede bestuursleden voor de HVW te vinden. Deze uitdaging zullen wij zeker aangaan en de toekomst zal uitwijzen of dit voldoende is en/of dat andere maatregelen noodzakelijk zijn.”

Verantwoordelijkheid Woonbedrijf
“Wij gaan ervanuit dat Woonbedrijf haar verantwoordelijkheid neemt en de grenzen opzoekt, zelfs als dit tot discussie met ministerie gaat leiden. Als een corporatie zich alleen maar aan haar kerntaken zou houden, dan zouden inrichting en leefbaarheid van een wijk zwaar onder druk komen. Gemeenten zijn er niet voor ingericht en hebben er de financiële middelen niet voor. De vraag is eigenlijk als de een het niet doet, moet dan de ander het doen? Een puur theoretisch verhaal van het ministerie, vinden wij.” 

Meer zeggenschap wenselijk
“De visie van Paul Tholenaars op de passendheidstoets is grotendeels correct. Hij gaat echter voorbij aan het feit dat er grote schaarste gaat ontstaan bij een aantal doelgroepen, waaronder ouderen, en dat de inschrijftijd voor een andere huurwoning sterk zal oplopen. Ook op het gebied van zeggenschap door de huurders delen wij zijn mening niet. Dit was in het verleden naar onze mening onvoldoende. Het voordragen van een extra commissaris is slechts een onderdeel van de gewijzigde zeggenschap.”