Eindhoven heeft recht op meer geld uit Den Haag

24 mei 2017
Mijn Eindhoven

Eindhoven heeft recht op meer geld uit Den Haag

Als in het gesprek voor het eerst het woord ‘Eindhoven’ valt, schiet ze rechtop. “Dit is een fantastische stad die zich geweldig ontwikkelt. Ik kom uit Maastricht, maar Eindhoven is in de loop der jaren steeds meer mijn stad geworden. Toen ik hier in 1977 kwam studeren was er niet één terrasje op de Markt, kun je je dat voorstellen? Zoals de campus van de TU/e zich momenteel organiseert, daar straalt de kwaliteit van af, daar kunnen veel steden een voorbeeld aan nemen. Jawel, ik weet dat er van alles nog beter kan of anders moet. Maar echt: ik ben heel trots op Eindhoven.”

Woonbedrijf in gesprek met Prof.Ir. Elphi Nelissen, hoogleraar Building Sustainability aan de Technische Universiteit Eindhoven en als decaan bestuurlijk verantwoordelijk voor de faculteit Bouwkunde. Nelissen is voorzitter van de Sociaal Economische Raad Brabant en lid van het College van Overleg van BrabantAdvies.

Keihard nodig
Maar meteen even doorgepakt: wat kan er dan allemaal nog beter? “Moeten we het daar over hebben? Ik vind dat we ons laten afschepen door Den Haag. Wij mogen niet meepraten in het overleg van de grote steden. Maar het kan toch niet waar zijn dat we dat bepalen aan de hand van inwonersaantallen, en niet op economische criteria? Het wordt hoog tijd dat we goed uitdragen wat er hier in de tweede economische regio gebeurt. Ik snap dat burgemeester Jorritsma de omliggende dorpen bij de gemeente Eindhoven wil betrekken, dat is keihard nodig om de positie van Zuidoost-Brabant te versterken. Wat denk je: Eindhoven krijgt van het rijk zo’n drie euro per inwoner voor cultuur. In Amsterdam is dat meer dan tweehonderd euro. De Randstad heeft de culturele voorzieningen. Wíj moeten sappelen om het Muziekcentrum met particulier geld overeind te houden.”

“Ik zou willen dat er meer organisaties verantwoording namen op de manier waarop Woonbedrijf dat doet”

Juiste uitstraling
Van de Nederlandse Rijksmusea staat er niet één beneden de grote rivieren. “Klopt. Een Rijksmuseum voor Technologie in Eindhoven, dat zou mooi zijn. En een Designmuseum. Culturele voorzieningen, echte publiekstrekkers, we hebben ze zó hard nodig om deze regio aantrekkelijk te houden voor expats, voor kenniswerkers, voor toptalent. Ze zijn onmisbaar om Eindhoven de aantrekkingskracht te geven die bij zijn potentie hoort. Wat hebben we moeten soebatten om hier een International School te kunnen betalen! De TU/e heeft het af en toe moeilijk om toppers aan te trekken omdat de stad niet de juiste uitstraling heeft. Het belang daarvan wordt in Den Haag niet voldoende onderkend en ondersteund, en ik vind dat we recht  hebben op het geld dat daarvoor nodig is.”

Slimme wijk
Op tafel ligt een plak chocola (“Nemen, hoor!”), haar secretaresse (“Wat moet ik zonder haar?”) komt binnen om even iets te regelen. Nelissen praat enthousiast en vertelt met smaak over het Smart City Program dat ze op de TU/e heeft opgericht: hoe ontwerp je een slimme, innovatieve, duurzame stad die de inwoners kwaliteit van leven biedt? “En toen we bezig waren, dachten we: we zijn hier leuk de theorie aan het bedrijven, maar het wordt nog veel leuker als we dat gaan toepassen op een nog te bouwen wijk. In Helmond, Brandevoort, komt de komende jaren een slimme wijk die Brainport Smart District gaat heten. Die moet zó goed worden dat de hele wereld komt kijken. Er zijn veel partijen bij betrokken, het kost veel tijd en energie, maar het is fascinerend. We praten ook met Woonbedrijf, een woningcorporatie die er heel goed in slaagt om het brede perspectief voor ogen te houden. We willen ze er graag bij hebben. Woonbedrijf  brengt kwaliteit in een stad, ze hebben de ambitie om de toekomst een beetje beter te maken. Ik zou willen dat er meer organisaties verantwoording namen op de manier waarop Woonbedrijf dat doet.”

Vreemde eend
Vorig jaar werd Nelissen door de Eindhovense stadsglossy Frits uitgeroepen tot de grootste vrouwelijke influential van Zuidoost-Brabant. Haar agenda is overvol; er wordt aan alle kanten aan haar getrokken. Maar ze is laconiek. “Mijn job is ontzettend leuk maar heel veeleisend. Ik laat me niet gek maken. In een organisatie als de TU/e, die traditioneel door mannen wordt gedomineerd, is het werken ook niet altijd gemakkelijk. Bouwkunde is breed georiënteerd. We zijn altijd bezig met de vraag: wat kunnen we hiermee, waar is het goed voor? Die praktische instelling maakt de faculteit binnen de Universiteit een beetje een vreemde eend in de bijt. Als decaan zit ik dan, net onder het College van Bestuur, ook nog in een lastige tussenpositie. Het betekent dat ik af en toe voor mijn plek moet vechten. Maar dat had ik eerlijk gezegd wel een beetje verwacht toen ik begon.”

Energie
“Laatst kreeg ik het aanbod om ergens voorzitter van een College van Bestuur te worden, maar dat heb ik toch vriendelijk geweigerd. Ik zit hier op mijn plaats, ik vind het geweldig om met inspirerende jonge mensen te werken. Dit is mijn Eindhoven, hier is mijn netwerk, ik heb helemaal geen zin om dat ergens anders opnieuw op te bouwen. Maar ik blijf wel op zoek naar nieuwe uitdagingen, daar beleef ik lol aan en daar haal ik energie uit. Politieke ambities? Straks minister worden? Ik zie tegenwoordig een aantal ministers van dichtbij, en dan denk ik: o, wat heb je eigenlijk een hondenbaan. Dag en nacht werken, bedreigd worden, geen privéleven, en als je een foutje maakt, wordt dat op televisie honderd keer herhaald. Het lijkt me gewoon niet leuk."

Favoriete plek in Eindhoven

“Het hoofdgebouw van de TU/e, dat ik kan zien vanuit mijn werkkamer. Wist je dat dit ooit het grootste kantoorgebouw van Nederland was? Ik heb er mijn opleiding gedaan, ik heb er mogen afstuderen, ik heb het gebouw al drie keer als studieobject gebruikt tijdens een masterproject integraal ontwerpen. Ik snap de ins en de outs, ik snap wat architect Van Embden in het begin van de jaren zestig bedoeld heeft. Ik zit in de stuurgroep duurzaamheid van het hoofdgebouw. Zo’n kolos duurzaam maken, op een heel ander niveau brengen, dat vind ik echt een uitdaging. Dit enorme gebouw is mij heel erg lief.”

Reactie toevoegen