Eigenzinnig Stratum

11 oktober 2017
Uit de wijk

Eigenzinnig Stratum

Stratum is een stadsdeel met vele gezichten. De woningen en wijken zijn overwegend verrezen in de jaren dertig en vijftig. Districtsmanager Stratum, Koj Koning, vergelijkt in deze editie Tivoli en Schuttersbosch. Twee wijken, direct naast elkaar gelegen, beide ontsproten aan de expansie van Philips, maar enorm verschillend in opzet, sfeer, bewoners en aanpak. Koning: “Met beleid knutselen aan de stad is het mooiste wat er is.”

Koj Koning, districtsmanager Stratum

Tivoli: dorpje in de stad

Koning: “De bouw van de wijk Tivoli startte in 1929, toen hoorde dit stukje Eindhoven nog bij Geldrop. Philips groeide in die tijd erg hard en zocht goedkope bouwgrond. Daarbij waren de bouwregels buiten Eindhoven een stuk soepeler. Zo is de wijk ontstaan en pas in 1972 is Tivoli binnen de Eindhovense gemeentegrenzen gekomen. Dat proef je nu nog in de wijk. De bewoners voelen zich op de eerste plaats Tivoliaan.”  

“In Tivoli woont een mix van allerlei leeftijden. De meeste bewoners hebben het niet breed. Al vrij lang staat Tivoli op het gemeentelijke lijstje van aandachtswijken. Ook Woonbedrijf geeft de buurt extra aandacht. Natuurlijk gebeurt hier wel eens wat. De huizen staan dicht op elkaar, buren hebben wel eens een akkefietje. Het is het type wijk waar ze eerder elkaar aanspreken dan dat ze de politie bellen. Het is - misschien ook wel juist daardoor - een hechte wijk. Wij merken dat heel veel huurders hier graag blijven wonen. Er wordt zelfs binnen de wijk verhuisd. De mensen kennen elkaar, er woont veel familie en er is behoorlijk wat saamhorigheid. Zeker onder de oudere bewoners.”

“Woonbedrijf is al jaren bezig met de verbetering van de huizen. Binnenkort start de volgende fase. We ‘upgraden’ de woningen naar de eisen van nu. Dat betekent betere isolatie, een nieuw dak, duurzame installaties, enzovoorts. Dat gaan we zoveel mogelijk ‘in bewoonde staat’ doen, tijdens de werkzaamheden blijft de bewoner dus in de woning. Om dat in goede banen te leiden, testen we eerst goed uit wat er allemaal bij komt kijken. We oefenen de hele ingreep vooraf in een testwoning. Zo kunnen we problemen voorkomen, snel leren werken en de bewoners vooraf goed vertellen waar ze rekening mee kunnen houden. Bovendien is de testwoning ook handig bij het verkennen van wensen van bewoners. Zij hebben volop inbreng in onze aanpak en ze komen met goeie suggesties. Van de 600 woningen in Tivoli, zullen we er 65 slopen. Hiervoor bouwen we woningen terug waarin alle voorzieningen (keuken, bad-, woon- en slaapkamer) gelijkvloers liggen. Zo biedt de wijk, naast al die eengezinswoningen,  antwoord op andere woonvragen.”

En wat vinden zij?

Bewoner Annelies Bazelman

“Ik ben hier geboren. Mijn ouders zijn in 1938 in de Luipaardstraat komen wonen. Ik ben in 1975 getrouwd en heb eerst op de hoek van het Arnaudinaplein gewoond en woon nu hier, midden aan het plein. Ik ga hier niet meer weg, of het moet zijn dat ik die paar treden niet meer op kan naar de wc. Ik ben een echte Tivoliaan, geen straatemmer*. Ik ga voor de gemoedelijkheid in deze buurt. Ik woon alleen en als mijn buurman een beetje ovenschotel over heeft, dan staat hij hier aan de deur.”

Bewoner Barbara van Kessel

“Ik vind het wel een lekker wijkje. Twee jaar geleden ben ik hier opnieuw komen wonen. Ik vind het gebied heel fijn. De verbinding is goed, je zit zo op de snelweg. En aan de andere kant sta ik in twee minuten in het bos. Heerlijk. Dit straatje is super. Leuke mensen. Toen ik terugkwam dacht ik, dat doe ik voor een jaar, of twee en dan ga ik wat kopen. Maar nu denk ik: doe er nog maar een paar jaar bij.”

 

Schuttersbosch: vakantiepark in de stad

Koning: “De wijk Schuttersbosch heeft ook al zo’n mooie historie. Hier bouwde Philips direct na de oorlog een woonwijk voor de zogenaamde ‘witjassen’, zeg maar het hogere middenkader. In die tijd waren bouwmaterialen moeilijk te krijgen, dus kocht Philips met aardappelen en radio’s in Oostenrijk systeemwoningbouwpakketten. Ook BelgiĆ« had systeembouwwoningen over die bestemd waren geweest voor Belgisch Kongo. De hele wijk werd dus opgetrokken uit louter houten chalets en bungalows. Deze ‘noodhuizen’ zouden een paar jaar blijven staan. Maar nu, in 2017 staan veel van die huizen er nog steeds. Die houten bouwstijl, en ook het bos, geven deze wijk een prachtige uitstraling. Mensen vergelijken het nogal eens met een vakantiepark. De wijkbewoners zijn op dit moment overwegend 55+. Een groot deel van de oorspronkelijke huurders, inmiddels fors op leeftijd, woont er nog steeds! Deze huurders zijn logischerwijs zeer gehecht aan hun wijk en hun huis, ze gaan er echt pas tussen zes plankjes uit.”

“De woningen die in de loop der tijd zijn vervangen door het nieuwe type vallen nu in de duurdere huurklasse. Een groot deel daarvan is inmiddels verkocht, omdat deze prijsklasse huur niet goed past bij onze opgave als woningcorporatie. Als er een originele Belgische bungalow vrijkomt, werd die vroeger meteen platgegooid in afwachting van nieuwbouw. Maar dat had geen vrolijk effect op de wijk. Vanwege de braakliggende percelen voelden omwonenden zich eenzaam en onveilig. In overleg met de direct omwonenden verhuren we nu de ‘oude Belgen’ tijdelijk. We selecteren dan tijdelijke huurders die iets kunnen betekenen voor de wijk; iets doen voor de leefbaarheid, toekomstige wijkbewoners die aan het bouwen zijn, of bijvoorbeeld een mantelzorger. Buren zijn daar heel blij mee. Inmiddels zijn we ook gestart met het verkopen van bouwkavels aan particulieren via een makelaar. Die bouwen hun huis in eigen beheer, passend binnen het beeldkwaliteitsplan dat wijkbewoners samen hebben opgesteld. Voor de oost- en westflanken van de wijk zijn we zelf nieuwbouwplannen aan het maken. Ik zie het persoonlijk als een verrijking als we met die nieuwbouw ook wat verjonging van de wijk kunnen realiseren. Als je niet uitkijkt vergrijst Schuttersbosch bovenmatig. En dat is voor geen enkele wijk goed. Een beetje leven en nieuwe energie van bewoners die zelf initiatieven ontplooien, komt uiteindelijk het buurtklimaat ten goede. In mijn visie maakt dat deze wijk ook weer duurzaam op sociaal gebied. Met beleid knutselen aan de stad, is het mooiste wat er is.”

En wat vind hij?

Benny Veldhoen, toekomstig bewoner

‘Het is zo’n mooi plekje!’

“Het fundament ligt er, we bouwen hier ons eigen huis. Heerlijk! Mijn vrouw en ik zijn allebei Eindhovenaren. Ik ben 800 meter verderop geboren en opgegroeid aan de overkant van de Floralaan. Mijn vrouw woonde vroeger aan de Heezerweg. Dit is voor ons ‘back to the roots’ en ik ben heel blij dat ik in deze omgeving kan gaan wonen. Het is zo’n mooi plekje. In het bos, in de stad, alles binnen handbereik. Vrienden denken echt dat het een vakantiepark is. Als je zo in de stad kunt wonen, leuker wordt het niet!”

 

Reactie toevoegen