Een woning an sich maakt niet gelukkig, een buurt wel!

08 oktober 2015
Uit de wijk

Een woning an sich maakt niet gelukkig, een buurt wel!

Het buurtgevoel is in opkomst. Mensen kiezen naast een woning die bij ze past, steeds bewuster ook voor een omgeving die aansluit bij hun behoeften, levensstijl en vooral: een goed gevoel. Woonbedrijf speelt daar actief op in. Ingrid van Gijzel, districtsmanager Woensel-Zuid, illustreert aan de hand van twee voorbeelden, dat iedere buurt een andere benadering behoeft.

Kronehoef: een uitgestoken hand

“We staan hier in de tuin van een wooncomplex aan de Scheerderstraat in Kronehoef. Ik heb deze plek gekozen omdat het kenmerkend is voor de buurt. Dit is een hele rustige wijk waar vooral veel senioren wonen. Het heeft echt buurtkarakter. De mensen ontmoeten elkaar graag en staan voor elkaar klaar. Zo trekken de sterkeren de mensen die wat meer hulp nodig hebben mee. We hebben bij de ontwikkeling van dit complex heel goed gekeken naar de oudere doelgroep. Wat zijn hun wensen? Hoe zien zij hun toekomst? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen op een prettige én verantwoorde manier?

De antwoorden liggen veelal in het realiseren van een goed sociaal netwerk voor de ouderen. Door met behulp van de juiste voorzieningen en enthousiaste bewoners een sfeer te creëren waarinzij gemakkelijk sociale contacten aangaan, hulp kunnen krijgen en vooral dúrven vragen, valt niemand buiten de boot. Zo is de tuin, samen met een aantal bewoners ontworpen en aangelegd, voor iedereen een centraal ontmoetingspunt. De woningen zijn bewust niet uitgevoerd met een eigen balkon om bewoners te stimuleren de deur uit te blijven gaan en elkaar te treffen in de ontmoetingsruimte die aanwezig is het gebouw. Dit ontmoetingspunt biedt ook ruimte aan de levendige Surinaamse ouderenvereniging, Mi Bosie. In dit soort situaties werken we vaak samen met andere maatschappelijke partners zoals zorgorganisaties. Wij treden graag op als een partij die faciliteert en verbindt. Die luistert naar de wensen en behoeften van de (toekomstige) bewoners en zorgt dat de juiste voorzieningen er zijn. En dat is goed gelukt. Het complex, en dan vooral de tuin, is uitgegroeid tot een aangenaam ontmoetingspunt.”

Lijmbeek: van slooplijst naar gewaardeerd stukje historie

Slechts 500 meter verderop ligt Lijmbeek, een wijk met een heel ander karakter. Ingrid: “Lijmbeek, of specifieker Lijmbeek-Noord, is de eerste hoogbouw-buurt van Eindhoven met een charmante jaren 50 architectuur. Net als Kronehoef is het een rustige wijk in het hart van de stad, toch is de populatie hier compleet anders. De betaalbare woningen en centrale locatie blijken een perfecte plek voor starters. Waar we in Kronehoef bij de mensen langsgaan en het persoonlijke contact zoeken, communiceren we hier veel meer digitaal. Bovendien acteren we meer op aanpassingen en verbetering waar de bewoners zelf om vragen. Dat past bij de jonge, goed opgeleide doelgroep.

Hoewel de bewoners hier meer op zichzelf zijn, staan ze er wel degelijk voor open om samen te werken aan buurtverbetering. Zo maakte een aantal buurtbewoners een lichtplan voor de flats dat de wijk een fraai aanzien geeft en de veiligheid bevordert. Inmiddels zijn er ook initiatieven om de fietsenstallingen aan te pakken en om de wijk te verlevendigen met muurschilderingen. Er zit toch een soort wijktrots, een verbondenheid. Dit gevoel omschrijf ik als ‘Ich bin ein Lijmbeker’.

We hebben gemerkt dat mensen die hier net komen wonen aanvankelijk niet veel met de buurt hebben, maar er door de unieke sfeer na verloop van tijd aan verknocht raken. Die schuiven op van een gedeeld appartement naar een eigen flatje en hebben geen enkele intentie om nog te vertrekken. Vijftien jaar geleden adviseerde menigeen ons om ‘die oude hap in Lijmbeek’ te slopen. Dan is het nu extra leuk dat we er, door het stimuleren van buurtgevoel met onder andere het Buurtcultuurfonds Woonbedrijf (lees in het artikel over de Circulaire Fabriek meer over dit fonds) in geslaagd zijn deze wijk te transformeren in een gewaardeerd stukje Eindovense historie.”